Geschiedenis bewoners

Het gebied Meer is vanaf 1270 door de hertog van Gelre in leen uitgegeven aan Jan (I) Boc van Mere, waaraan Boxmeer haar naam dankt. De hertog gaf het gebied in leen in ruil voor trouw, militaire bijstand en belastinginkomsten. Vanaf deze tijd ontwikkelde het gebied Meer zich tot Vrije Heerlijkheid. Hiermee wordt bedoeld, dat de heer van het gebied zowel de lagere en hogere rechtspraak in handen heeft en belasting mag innen.

Na Jan (I) Boc van Mere werd het kasteel jarenlang van vader op zoon of dochter overgedragen. Door het huwelijk van Anna van Egmond en Willem III van den Bergh in 1506, kwam de Vrije Heerlijkheid uiteindelijk in het bezit van het hooggrafelijk huis Bergh. Tot 1718 bleef deze rijke en machtige familie de ontwikkelingen van Boxmeer grotendeels bepalen.

Vanwege het kinderloze overlijden van Oswald van den Bergh en zijn vrouw Maria Leopoldina Catharina van Ostfriesland-Rittberg stierf het regerend huis Van den Bergh in 1718 in Boxmeer uit. Hun kleinzoon Frans Wilhelm van Hohenzollern-Sigmaringen volgde hen op als kasteelheer. Het kasteel bleef tot 1787 in bezit van dit adellijke geslacht.

In 1795 kwam er een eind aan de Nederlandse Republiek. Twee jaar later werd Boxmeer door de Franse Republiek ingelijfd en werd het kasteel als domein aangeslagen. In 1800 werd de voormalige Heerlijkheid aan de Bataafse Republiek overgedragen.

Leopold van Sasse van Ysselt kocht in 1806 het kasteel. Zijn zoon Louis werd in 1844 eigenaar van het kasteel. Dit is de laatste keer dat de kasteeleigenaar door vererving werd bepaald.

Sindsdien werd het kasteel enkele keren verkocht en is het uiteindelijk in handen van de Congregatie van de Zusters van Julie Postel gekomen.

De Zusters van Julie Postel waren al sinds 1886 gevestigd in Boxmeer in een klein huisje in de Biest. Zij namen de ziekenzorg van het dorp op zich, maar het huisje werd te klein om alle patiƫnten te kunnen verzorgen. Alphonse Maria Sassen, toenmalig kasteeleigenaar, gaf de zusters in 1896 toestemming te wonen in het vervallen kasteel dat al tientallen jaren leeg stond. Een jaar later kocht het kerkbestuur van Boxmeer het kasteel en verhuurde het aan de zusters. Nog in datzelfde jaar kochten de zusters het kasteel van het kerkbestuur. Sindsdien is het kasteel het eigendom van de Congregatie van de Zusters van Julie Postel. En sinds 2012 van de Erfgoedinstelling Julie Postel.

Zie ook: Geschiedenis Congregatie Julie Postel in Nederland

 

Overzicht bewonersgeschiedenis Kasteel Boxmeer

Tot aan de Franse revolutie was Kasteel Boxmeer veelal een leengoed en verliep de opvolging van
het bezit volgens de regels van het leenstelsel. Soms werd het veroverd of verbeurd verklaard.

 

Periode Buch, Buc, Boc Van Mere (1269-1361)

1269-1283
nobilis vir Johannes (I), dictus Buc de Mere, ontving heerlijkheid van Jan I van Cuijk

Vanaf 1270
Het gebied Meer wordt in leen uitgegeven aan Jan Boc van Meer.

1283-1307
Ridder Jan (II) Boc van Meer (zoon van Jan I); wordt nu een leengoed van Gelre

1307-1335
Ridder Jan (III) Buc van Mere (zoon van Jan II)

1335-1361
Ridder Jan (IV) Boc van Meer (zoon van Jan III)

Dynastie Van Culemborg (1361-1479)

1361-1385
Peter van Culemborg (ca. 1330-voor1388; schoonzoon van Jan). Onder zijn bestuur is Boxmeer een Brabants leengoed geworden.

1385-1449
Hubert van Culemborg (ca.1355-voor1451; zoon van Peter)

1450-1451
Henrick van Culemborg, (broer van Hubert?) trouwt met Cristine in 1449 die verwerft in 1476 het levenslang vruchtgebruik van Boxmeer.

1451-1472
Johan van Culemborg (ca. 1393-1472; zoon van Hubert uit 2e huwelijk)

1472-1505
Margriet van Culemborg (-1503; dochter van Johan); huwt eerst (voor 1472) met Peter de Bouseiz de Vertaing (-1479) en in 1479 met Willem van Egmond (-1494).

 

Periode Egmond (1479-1505)

1505-1517
Anna van Egmond (1481-1517; dochter van Margriet) huwt in 1506 Willem III graaf van den Bergh (1468-1511) Anne hertrouwt in 1512 met Philips graaf van Virnenburg (van der Loch van Vernenberg)

1517-1545
dubbele beleningen gedaan aan vader Philips en zoon Jan van Virnenburg en aan Oswald II van den Bergh; in 1533 verpand aan Floris graaf van Egmond. Zijn zoon Maximiliaan van Egmond – Buren deed in 1545 tegen een hoge schadeloosstelling afstand van zijn rechten ten behoeve van Oswald II graaf van den Bergh

Dynastie Van den Bergh (1505-1712)

1517-1546
Oswald II graaf van den Bergh (1508-1546; zoon van Anna); heer van de vrije heerlijkheid Boxmeer

1546-1575
Willem IV graaf van den Bergh (1537-1586; zoon van Oswald) huwt Maria van Nassau (1539-1599); Heeft Maximiliaan van Egmond als voogd. Het beheer van het kasteel gaat over naar een bastaardzoon, Adam van den Bergh, getrouwd met Walburch van Helmond, tot 1552, als Willem meerderjarig wordt. Willem ontvlucht Boxmeer in 1567

1568
kasteel door de Spaanse hertog Alva ingenomen.

1575-1577
Frederik I graaf van den Bergh ( ..-1597; broer van Willem). Wordt door Alva benoemd als heer van Boxmeer (1575-1577) wat hij eigenlijk al sinds 1570 in bezit heeft.

1577-1686
Willem IV graaf van den Bergh (1537-1586; zoon van Oswald)

1586-1598
Maria van Nassau (1539-1599). Maria van Nassau gravin van den Bergh is gehuwd met Willem IV en sterft in 1599.

1598-1618
Frederik II graaf van den Bergh (1559-1618; zoon van Willem; trouwt 1609 Francisca de Ravenelles de Ratigny (1583-1629). Anna van den Bergh voert 1599-1609 het bewind over Boxmeer voor haar broer Frederik II. Francisca zet het bewind over Boxmeer voor haar zoon Albert, voort tot 1627

1618-1656
Albert, graaf van den Bergh (1607-1656; zoon van Frederik en Francisca) (sticht in1633 het Karmelietenklooster te Boxmeer)

1656-1673
Madeleine de Cusance (-1689; 2e vrouw van Albert) als voogdes over haar zoons: Van 1656-1661 is Frederik Frans van den Bergh, beleend en na zijn dood in 1661 wordt Willem Leopold (-1673) met Boxmeer beleend tot 1673.

1673-1680
Oswald III graaf van den Bergh (1646-1712; zoon van Madeleine;

1680-1689
Madeleine de Cusance (-1689; 2e vrouw van Albert)

1689-1712
Oswald III graaf van den Bergh (1646-1712; zoon van Madeleine; is begraven in de kerk in Boxmeer).Tot 1718 behoudt de weduwe van Oswald III, Maria Leopoldina Catharina gravin van Oostfriesland-Rietberg(-1718) het vruchtgebruik.

 

Periode Hohenzollern-Sigmaringen (1712-1797)

1712-1718
Maria Clara van den Bergh (1644-1715), zus van Oswald, gehuwd met Maximiliaan van Hohenzollern – Sigmaringen (1636-1689). Zij kreeg de heerlijkheid Boxmeer in beheer voor haar kleinzoon Frans Wilhelm Nikolaas van Hohenzollern-Sigmaringen. Maria Leopoldina Catharina van Ostfriesland-Rittberg (vrouw van Oswald)

1718-1737
Frans Wilhelm Nikolaas graaf van Hohenzollern-Sigmaringen (1704-1737; achterkleinzoon Albert)

1737-1757
Johan Baptist van Hohenzollern-Sigmaringen (1728-1781; zoon van Frans Wilhelm), bijgenaamd ‘de dolle Graaf’, In 1739 wordt drossaard Frans de Raet, voogd over Johan Baptist.

1759-1787
Maria Johanna Josepha gravin van den Bergh (1727-1787; zus van Johan Baptist), gehuwd met Karel Frederik vorst van Hohenzollern-Sigmaringen (1724-1785); gaat er in 1782 wonen

1787-1797
Anton Alois vorst van Hohenzollern-Sigmaringen (1762-1831; zoon van Johanna Josepha Antonia)

 

Latere eigenaren van het kasteel

1797
De heerlijkheid Boxmeer wordt bij de Franse Republiek ingelijfd. Het kasteel wordt genationaliseerd.

1800
De voormalige heerlijkheid wordt aan de Bataafse Republiek overgedragen. In 1802 verwerft de Republiek de kleine heerlijkheden Boxmeer, Gemert, Ravenstein, Megen en Bokhoven die in 1805 bij Brabant worden gevoegd.

1806-1844
Leopold Frans Jan Jacob van Sasse van Ysselt (vanaf 1816 jhr.) gekocht van de Bataafse republiek, kleinzoon van Leopold Frans de Raet. Daarbij behoord echter niet het oude Huis Mazenburg met omliggend land en voetveer over de Maas

1844-1853
Louis Jan Baptist van Sasse van Ysselt (zoon van Leopold)

1853-1870
Pieter Keer, voogd van Catharinus van Spengler, die echter spoedig overleed, waarna erfgename Catharina van Spengler het kasteel verkreeg

1870-1877
Catharina van Spengler

1877-1896
mr Alphonse Maria Sassen

Vanaf 1896
In gebruik bij de Zusters van Julie Postel, als ziekenhuis

1897- 2012
Het kasteel wordt aangekocht door het kerkbestuur van Boxmeer; eerst verhuurd en daarna verkocht aan de Congregatie van de Zusters van Julie Postel.

2012-heden
Overgedragen aan Erfgoedinstelling Julie Postel

 

Bronnen: zie literatuurlijst